(3de prijs Ode aan De Ruijter)

 

Een witte boterham –het liefst ’t kapje- met echte boerenroomboter en een dikke laag vruchtenhagel, dat was jarenlang mijn favoriete kinderfeestontbijt. De paas- en kerststol, het Franse croissantje en het door mijn moeder met toewijding klaargemaakte zachtgekookte eitje bij het ontbijt konden me allemaal gestolen worden, als ik mijn bord maar vol mocht storten met die prachtig gekleurde zoete confettihageltjes van die ene, maar dan ook alleen van die ene, oer-Hollandse boterhamversierder. Heerlijk! Niets kon het geluk van mijn jeugd verstoren; dit was een liefde voor het leven.

Dacht ik. Tot mijn liefde een kalverliefde bleek te zijn. Een hart verslingerd aan een onbeantwoord eeuwig samenzijn. Mijn vruchtenhagel bleek me te ontgroeien, in de vaart van productontwikkeling en marketing. Van vernieuwing en voortdurende afstemming op de zich door het opkomende internationalisme verbredende smaakpapillen van de gemiddelde Nederlandsche broodversierende consument. In de vaart van het consumentisme, zo u wil. En aldus geschiedde dat op een grauwe en regenachtige ochtend in november in grote oranje letters juichend op mijn feesthageltjes geschreven stond: “NIEUW! Verbeterde smaak. Nu NOG lekkerder!”

Ik had het kunnen weten. Ik had het moeten weten, misschien. Maar mijn liefde was groot en onvoorwaardelijk. En ik, ach ik... Ik bleek, achteraf, nog klein en naïef. Mijn hagel was mijn hagel niet meer. De kleuren harder, de ‘bite’ voorgoed veranderd. Ik bleef achter met een bittere smaak in mijn mond. Aan mijn tot dusver zo onbezorgde jeugd was een abrupt einde gekomen.

Twee weken lang ben ik van slag geweest. Wist ik niet tot wie of wat ik mij moest wenden. Met lange tanden at ik droge boterhammen, die ik wegspoelde met extra zoete thee en yoghurtdrank. Ik heb overwogen een brief te schijven, met het hartstochtelijke verzoek om alsje-alsjeblieft de oude smaak weer terug te brengen aan mijn ontbijttafel. Om de breuk te herstellen. Om het een tweede kans te geven. Maar ik durfde niet. En ik ben, na twee weken van verdriet en rouw, overgestapt op de Kwinkslag, van dat andere, ook grote, broodversierende merk.

En zo ben ik langzaam maar zeker over de pijn van het verlies van een onschuld heengegroeid. In de jaren die volgden, heb ook ik mijn smaakpapillen verbreed. Paasstol bleek wel lekker. Franse croissantjes ook. En het zachtgekookte eitje, nu door mijn echtgenoot met bijna evenveel toewijding klaargemaakt als vroeger mijn moeder deed, is een vast onderdeel geworden van de zondagochtendbrunch.

Maar een eerste liefde vergeet je nooit. Een eerste liefde, hoe wreed verstoord ook, houdt altijd een bijzonder plekje in het hart. En dus ben ik vanmorgen in alle vroegte naar de supermarkt gefietst. Voor een pak vrolijk gekleurde vruchtenhagel van ‘s Neerlands feestelijkste broodversierder. Ik heb een witte boterham, het kapje, besmeerd met echte boerenroomboter en er vervolgens een dikke laag fruitconfetti overheen gestrooid. En ik heb genoten. Van iedere hap. Heerlijk!

Beste heer, mevrouw De Ruijter,

Jaren geleden zijn wij uit elkaar gegroeid. Het heeft, schijnbaar, zo moeten zijn. Nu zijn wij, door een toevalligheid, elkaar weer tegengekomen. De hernieuwde kennismaking bevalt mij goed. Wij gaan elkaar vaker zien. Ik wens u een fijne verjaardag toe en hoop u nog vele, vele jaren in goede gezondheid aan mijn ontbijttafel te mogen begroeten!

Met vrolijke groet,

Annelies Homma